Op 8 juli 2020 werd het Mobiliteitspakket (Engels: ‘Mobility Package’) goedgekeurd door het Europees Parlement. Dit Mobiliteitspakket bestaat uit twee Verordeningen en één Richtlijn, die nieuwe regels opleggen inzake respectievelijk de toegang tot het beroep en tot de markt, de rij- en rusttijden en de tachografen en de handhaving en detachering van bestuurders in de wegvervoersector. In deze bijdrage zal stilgestaan worden bij de nieuwe regels aangaande de rij- en rusttijden en de tachografen.

Inwerkingtreding

Belangrijk om weten: dit deel van het Mobiliteitspakket trad voor het grootste deel in werking op 20 augustus 2020, in tegenstelling tot de overige delen van het Mobiliteitspakket. Enkel indien er expliciet een andere datum bepaald wordt, zal dit deel van de Verordening pas later in werking treden.

Weekendrust

Het nemen van weekendrust in het voertuig blijft in principe verboden. Ook compensaties omwille van eerdere ingekorte weekendrust mogen niet aan boord van het voertuig genomen worden. De weekendrust zal dus op een andere plaats moeten genomen worden, die samen werden geplaatst onder de noemer ‘accommodatie’. De kosten voor een dergelijke accommodatie dienen gedragen te worden door de werkgever en deze moet zowel passend en gendervriendelijk zijn, als beschikken over een geschikte slaapplaats en sanitaire faciliteiten.

Daarnaast moet de werkgever de bestuurder de mogelijkheid bieden om zijn of haar weekendrust thuis op te nemen en dit minstens om de vier weken. De werkgever zal hiervan bewijzen moeten kunnen voorleggen. ‘Thuis’ betekent echter niet enkel de woonplaats van de chauffeur, maar ook de operationele zetel van de werkgever waar de werknemer normaal tewerkgesteld is. In dit geval zal de weekendrust pas beginnen te lopen vanaf het moment dat de bestuurder op één van deze plaatsen aankomt. Indien er echter sprake is van weekendrust die tweemaal opeenvolgend verkort werd en dit bij een internationaal transport, dient de werkgever deze mogelijkheid al aan te bieden na drie weken in plaats van na vier weken.

Verder is het toegelaten om tweemaal opeenvolgend een ingekorte weekendrust te hebben in het buitenland, doch slechts mits inachtneming van een aantal voorwaarden. Zo moeten er in vier opeenvolgende weken ten minste vier wekelijkse rusttijden plaatsvinden, waarvan twee normale; moet er compensatie voor deze ingekorte weekendrust plaatsvinden binnen de drie weken, alsook moet de mogelijkheid tot terugkeer geboden worden (cfr. supra) en dient deze compensatie verplicht voorafgaand aan en aansluitend op normale weekendrust te worden genomen, dit in tegenstelling tot de normale regel waarbij compensatie voor een ingekorte weekendrust aansluitend op dagelijkse rusttijden genomen mag worden.

Bewaartermijn registraties aan boord

De eerdere bewaartermijn van 28 dagen voor registraties aan boord zal opgetrokken worden naar 56 dagen en dit vanaf 31 december 2024. Indien er afdrukken bewaard moeten worden (bv. omwille van een technisch defect aan de tachograaf), moeten deze afgeschermd van licht bewaard worden. De reden voor deze verlenging van de controleperiode ligt in het feit dat de gegevens uit de tachograaf niet meer enkel gebruikt zullen worden om de naleving van rij- en rusttijden te controleren, maar ook voor controle op cabotage en detachering.

Uitzonderingen voor alle lidstaten

Voertuigen van maximaal 7,5 ton die enkel niet-commercieel vervoer verrichten zijn vrijgesteld van de verplichtingen inzake rij- en rusttijden. Niet-commercieel vervoer is vervoer waarbij er geen enkele link is met professionele of commerciële activiteiten en geen enkele vergoeding wordt betaald, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks.

Verder werd de reeds bestaande uitzonderingsgrond inzake vervoer van eigen materiaal, uitrusting of machines door een voertuig van maximaal 7,5 ton, dit binnen een straal van 100km vanaf de vestigingsplaats van de onderneming en mits het besturen van een voertuig niet de hoofdactiviteit is van de bestuurder uitgebreid naar de levering van goederen die op ambachtelijke wijze werden geproduceerd.

Boot- en treinuren

De bestaande regeling waarbij het mogelijk was voor een chauffeur om zijn dagelijkse rusttijd tweemaal te onderbreken voor maximaal één uur om het voertuig te verplaatsen op of van een boot of trein werd vanaf 20 augustus 2020 uitgebreid. Thans is het namelijk ook mogelijk om dit te doen bij een verkorte of normale weekendrust, doch slechts onder bepaalde voorwaarden. Zo moet de boot- of treinreis in geval van onderbreking van de normale weekendrust minstens 8 uur bedragen. Ook moet de chauffeur kunnen beschikken over een slaapcabine of slaapbank aan boord, dit mede gelet op de maatregelen inzake weekendrust die hierboven reeds werden geschetst. Tot slot dient de onderbreking geregistreerd te worden in de tachograaf met behulp van het speciaal symbool voor boot- en treinuren.

Afwijking voor geschikte stopplaats

Het befaamde artikel 12 van Verordening (EG) nr. 561/2006 dat handelt over uitzonderlijke en onvoorzienbare omstandigheden waarin het geoorloofd is om af te wijken van de verplichte rij- en rusttijden werd ook grondig gewijzigd door de nieuwe Verordening van het Mobiliteitspakket.

De dagelijkse of wekelijkse rijtijd mag volgens de nieuwe regels met maximum één uur overschreden worden met het oog op het bereiken van de operationele vestiging van de werkgever of de woonplaats van de chauffeur voor het nemen van de weekendrust (cfr. supra). Deze overschrijding kan verhoogd worden tot maximum twee uur indien de chauffeur voorafgaand een ononderbroken pauze inlast van 30 minuten en deze overschrijding gebeurt voor de chauffeur een normale weekendrust neemt. De reden voor deze afwijking moet aangegeven worden op een uitprint en dit ten laatste bij de aankomst op de te bereiken bestemming of geschikte stopplaats. Bovendien moet deze verlenging gecompenseerd worden door het nemen van een aanvullende rustperiode aansluitend bij de dagelijkse of wekelijkse rust binnen de drie weken.

Lagere gewichtsgrens

Vanaf 1 juli 2026 zal er een lagere gewichtsgrens gehanteerd worden voor de toepassing van de Verordeningen inzake rij- en rusttijden en de tachograaf. Zo zal een tachograaf verplicht worden boven 2,5 MTM en dit bij internationaal vervoer en cabotage. Voor vervoersondernemingen die louter nationaal vervoer bezigen, zal er dus niets veranderen. Er bestaat evenwel een uitzondering voor voertuigen tussen 2,5 MTM en 3,5 MTM indien het vervoer voor eigen rekening wordt uitgevoerd en het besturen van een voertuig niet de hoofdactiviteit van de bestuurder uitmaakt.

Smart Tacho 2.0

In een nog niet zo ver verleden werd de Smart Tacho reeds geïntroduceerd. Het Mobiliteitspakket voorziet nu in een vernieuwde versie van deze Smart Tacho en voorziet in een gefaseerde uitrol dienaangaande. Het verschil tussen de Smart Tacho en de Smart Tacho ‘2.0’ ligt in het feit dat de vernieuwde versie tevens de locatie zal registreren wanneer men een grens overschrijdt en wanneer men laadt of lost. De Smart Tacho 2.0 zal verplicht worden in nieuwe voertuigen vanaf twee jaar na publicatie van de technische specificaties. De verplichting wordt verwacht om ongeveer midden 2023 in voege te treden. Verder wordt verwacht dat analoge en digitale tachografen bij internationaal transport rond medio 2024 zullen vervangen moeten worden door de Smart Tacho 2.0. Tot slot zal de eerste generatie Smart Tacho’s tegen ongeveer midden 2025 vervangen moeten worden door de Smart Tacho 2.0 bij internationaal transport. De controlemiddelen voor de tweede generatie Smart Tacho’s worden verwacht om hun intrede te maken tegen medio 2024. Deze controlemiddelen zullen voorzien in de mogelijkheid tot een controle op afstand. Tevens zal er ingevolge de technologische functies van de Smart Tacho 2.0 gecontroleerd kunnen worden op de naleving van de regels inzake detachering en cabotage.

Vanaf 2 februari 2022 zal een chauffeur die niet beschikt over een voertuig dat uitgerust is met een Smart Tacho 2.0 het landsymbool moeten ingeven op de dichtstbijzijnde stopplaats na het overschrijden van de grens van dit land.

Varia

Tot slot voert de nieuwe Verordening nog een aantal diverse bepalingen in.

Zo werd er een verbod uitgevaardigd wat betreft het vergoeden van bestuurders in verhouding tot de snelheid waarmee ze leveren en moet arbeidstijd en beschikbaarheidstijd die niet kon geregistreerd worden in de tachograaf, toegevoegd worden in het geheugen of manueel aangeduid worden op een printout. Dit was reeds het geval voor de inwerkingtreding van de Verordening, maar wordt nogmaals expliciet herhaald om alle onduidelijkheid hieromtrent weg te nemen. Indien er sprake is van een tweepersoons- of dubbele bemanning, mag de bijzitter bovendien enkel rusttijd inlassen in het rijdend voertuig indien het niet vereist is dat hij andere taken verricht, zoals de bestuurder assisteren.

De Europese Commissie zal ingevolge de nieuwe Verordening ook meer informatie dienen te verschaffen aan vervoersondernemingen. Zo zullen zij online een lijst publiceren met gecertificeerde parkings en ook de verschillende sancties van de lidstaten voor inbreuken op de bepalingen inzake rij- en rusttijden en de tachograaf publiceren in alle gangbare talen in de EU.